DRIEKWART VAN DE PANELLEDEN VINDT DAT KATTEN VRIJ IN DE OPENBARE RUIMTE MOGEN LOPEN, PERCENTAGE DAALT NAAR 60% TIJDENS BROEDSEIZOEN
In maart t/m mei 2026 werden er vragen aan het Panel Dierenbescherming voorgelegd over of katten wel of niet vrij in de openbare ruimte of in de natuur mogen lopen.
Loslopen mag, maar alleen als katten gecastreerd/gesteriliseerd zijn
Wanneer de vraag algemeen wordt gesteld, vindt driekwart van het panel dat katten vrij in de openbare ruimte of in de natuur mogen lopen. Het is, volgens hen, noodzakelijk voor het welzijn van katten om buiten te komen. Voor vier op de tien is het wel belangrijk dat de katten gecastreerd/gesteriliseerd zijn en drie op de tien geven aan dat het alleen mag als de eigenaren maatregelen nemen om schade aan vogels of kleine zoogdieren te voorkomen. Zo moeten de katten bijvoorbeeld een belletje of een kraagje dragen voordat zij vrij rond kunnen lopen. Ook wordt er vaak genoemd dat katten niet 's nachts of tijdens het broedseizoen los mogen lopen.
Het vaakst genoemde argument tegen het loslopen van katten is het feit dat katten de natuur verstoren en dieren doden. Ook is men bang voor het welzijn van de kat zelf: een loslopende kat loopt het risico om aangereden te worden.
Tijdens broedseizoen zijn minder mensen voor het vrij loslopen van katten in de natuur of openbare ruimte
Wanneer de vraag wordt genuanceerd en wordt gevraagd of men vindt dat katten altijd, dus ook in het broedseizoen en waar veel vogels broeden vrij mogen rondlopen, zijn zes op de tien panelleden voor. Een kwart vindt echter wel dat de huisdieren tijdens de meest kwetsbare perioden/momenten, zoals tijdens het broedseizoen, binnen of in een omheinde tuin gehouden moeten worden. Het argument dat katten de natuur verstoren en dieren doden, wordt vaker gekozen als specifiek het broedseizoen wordt genoemd.